Aan het werk en tóch onder de armoedegrens
maandag 26 januari 2026
Nederland kent bijna 8,5 miljoen personen die een betaalde baan hebben. 2 procent van hen - zo’n 175.000 - had aan het einde van de maand, na het betalen van de vaste lasten, niet genoeg over om eten en kleding te kopen en sociaal actief te zijn. Dat blijkt uit de CBS-publicatie Leven in Armoede. Ondanks het lichtpuntje dat het percentage dalende is - in 2018 was het 3,1 procent - is de vraag hoe het aantal arme verder verlaagd kan worden.
Wie niet of wel in armoede leeft, wordt bepaald aan de hand van de armoedegrens, zijnde het minimumbedrag dat een gezin nodig heeft om ‘normaal’ te kunnen leven. Voor een alleenwonende ligt die grens bij 1.600 euro netto per maand, voor een paar met twee pubers bij 3.000 euro.
Zzp’ers vaker arm
Binnen de groep van 175.000 werkenden werkte bijna de helft slechts een deel van het jaar. Ze begonnen in de loop van het jaar met werken of hielden er juist mee op, of hadden diverse banen in dat jaar met tussenliggende periodes zonder werk.
Afgezet tegen het totaal aantal werkenden in Nederland, waren zzp’ers twee keer zo vaak arm als werknemers en zelfstandigen met personeel. In absolute cijfers waren werknemers wel in de meerderheid bij de arme werkenden: 118.000 van de 175.000.
Minimumloon omhoog?
Om het percentage van werkenden onder de armoedegrens verder te verlagen, is menigmaal een verhoging van het minimumloon als oplossing aangedragen. Werkgeversvereniging AWVN liet weten dat een slecht plan te vinden: "Een hoger minimumloon heeft effect op het hele loongebouw en leidt tot een stijging van de loonkosten. Vooral arbeidsintensieve sectoren worden daardoor geraakt en het kan negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid. Bovendien wordt slechts een deel van de doelgroep ermee geholpen: de jongeren."
Werken lonender maken
De AWVN ziet meer in de weg die staatssecretaris Jurgen Nobel (Participatie en Integratie) wil bewandelen: meer werken moet lonender worden. "Door meer uren te werken kunnen veel mensen uit armoede komen", zegt hij. "Maar helaas is dat om allerlei redenen niet altijd mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan het volgen van opleidingen of last hebben van fysieke en mentale problemen. We doen er beter aan om de bestaande regelingen om werkenden met geldzorgen te helpen eenvoudiger te maken, zonder dat ze angst krijgen dat gevraagde bedragen worden teruggevorderd." Nobel liet weten daaraan te werken in samenspraak met de gemeenten.
Dat werken lonender zou moeten worden en dat niet altijd is, blijkt wel uit deze constatering in het CBS-rapport: arme werkenden kwamen gemiddeld meer inkomen te kort dan mensen die bijvoorbeeld een uitkering als inkomstenbron hadden.