Keukenhulp bovenaan in top 10 buitenkantoortijdwerkers
maandag 19 januari 2026
Uit een analyse van de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS blijkt dat in Nederland het percentage mensen dat buiten kantooruren werk verricht, langzaam afneemt. Was het in 2021 nog 25 procent van de beroepsbevolking, volgens de nieuwste cijfers daalde dat in 2024 naar 23 procent. Dat zijn 2,3 miljoen mensen die bijna altijd of altijd in de avond, nacht, of in het weekend aan het werk zijn. Onder hen heel veel keukenhulpen.
In 2024 werkte 29 procent van de werkenden nooit buiten kantoortijden. In 2021 was dit nog 27 procent. 47 procent werkte soms in de avond, nacht, of in het weekend. Dat percentage bleef onveranderd. Vooral het aandeel mensen dat op zaterdag werkt, is in die drie jaar lager geworden. In 2024 werkte 14 procent van de werkenden meestal of altijd op zaterdag, in 2021 was dit 16 procent. Werken op zondag of in de avonduren nam minder sterk af. Het aandeel nachtwerk bleef gelijk.
Top 10
Dienstverlenende beroepen staan bovenaan in de top tien van buitenkantoortijdwerkers. Vooral de horeca - niet geheel verwonderlijk - is daarin ruim vertegenwoordigd. Bovenaan in de lijst staan de keukenhulpen. 81 procent van hen werkt buiten kantoortijden. Ze worden op de voet gevolgd door de veetelers met 79 procent. Vergeleken met andere beroepen werken de keukenhulpen veel in de avond, terwijl de veetelers vooral veel op zaterdag en zondag werken. Op de derde plaats staan de kelners en het barpersoneel met 78 procent. Op vier staan de koks, op vijf de kassamedewerkers, op zes de sportinstructeurs, op zeven de horecamanagers, op acht de bakkers, op negen de vakkenvullers, de laders en de lossers, en op tien de verkoopmedewerkers in de detailhandel. Voor de posities een tot en met negen geldt dat meer dan de helft van hen buiten kantooruren werkt.
Jongeren koploper
De jongeren tot 25 jaar die werken zijn koploper als het gaat om buiten kantoortijden aan de slag zijn. 55 procent van hen doet dat. Dat is fors meer dan in alle andere leeftijdsgroepen. Daar komt het percentage niet boven de 20 uit. De 55- tot 65-jarigen en 65- tot 75-jarigen werken het vaakst binnen kantoortijden; 33 procent van de werkenden zegt nooit buiten kantoortijden te werken.
Waar er koplopers zijn, zijn er ook hekkensluiters. Van hen die in de ICT werkzaam zijn of een administratieve functie hebben, werkt hooguit 10 procent buiten kantoortijd.