Arbeidsmarktkrapte en het wapen dat onbenut arbeidspotentieel heet
maandag 4 mei 2026
De arbeidsmarkt staat al jaren onder druk. En met de vergrijzing en een naderende pensioengolf lijkt die krapte voorlopig niet te verdwijnen. Werkgevers zoeken daarom naar manieren om het hoofd boven water te houden. Ze organiseren werk slimmer, investeren in technologie zoals AI, verbeteren arbeidsvoorwaarden en zetten sterker in op scholing. Maar er is nog een ander wapen: meer mensen aan het werk krijgen. Het gaat om mensen die nu nog niet of niet volledig werken, terwijl ze dat wel zouden kunnen.
Het onbenut arbeidspotentieel, zoals het officieel heet, is in Limburg ongeveer 70 duizend mensen groot. Dat is zo’n 8% van alle inwoners tussen de 15 en 75 jaar, de leeftijdsgroep die volgens het CBS in principe kan werken. Daarmee ligt Limburg in lijn met de rest van Nederland.

Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Die 70.000 zijn te verdelen in drie groepen: onderbenutte deeltijders, werklozen en semi-werklozen. Limburg heeft een kleine 30.000 onderbenutte deeltijders. Dat zijn mensen die wel al werken, maar meer uren zouden willen en kunnen maken. Daarnaast zijn er ruim 21.000 werklozen: mensen zonder baan, maar die actief naar werk zoeken én direct beschikbaar zijn. De derde groep wordt gevormd door ruim 18.000 semi-werklozen. Dat zijn degenen die óf zoeken naar werk maar niet meteen kunnen starten, óf wel beschikbaar zijn voor werk maar niet actief op zoek zijn.

Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Overgewaardeerd
Het onbenut arbeidspotentieel klinkt als een prima wapen in de strijd tegen de krapte op de arbeidsmarkt. Toch is die potentie enigszins overgewaardeerd. Allereerst is het onbenut arbeidspotentieel in Limburg in de afgelopen 12 jaar sterk afgenomen. In 2013 ging het nog om 138 duizend mensen, maar in 2025 was dat bijna gehalveerd tot 70 duizend. De groep is dus, ondanks een lichte toename sinds 2023, klein te noemen.

Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Ten tweede zijn de aantallen onderbenutte deeltijders binnen sectoren relatief klein. Ondanks sectorale verschillen (1% in de Industrie en 9% in de Handel), komt het aandeel onbenut arbeidspotentieel in geen enkele sector boven de 10% uit.
Bron: CBS, bewerkt door ArbeidsmarktInZicht
Tot slot is het aantal uren dat zij extra zouden kunnen werken beperkt. In 2025 gaven zij namelijk aan gemiddeld slechts 8 uur (ongeveer 0,2 fte) extra beschikbaar te zijn voor werk, en dat is niet genoeg om de huidige krapte op de arbeidsmarkt op te vangen.
Ook bij de andere groepen binnen het onbenut arbeidspotentieel zijn de aantallen historisch laag en is het daarnaast onrealistisch dat zij in voldoende mate geactiveerd kunnen worden om de krapte op te vangen.
Structurele belemmeringen
Dat het onbenutte arbeidspotentieel slechts gedeeltelijk kan worden ingezet in de strijd tegen de arbeidsmarktkrapte, heeft diverse oorzaken. School en studie is dan de belangrijkste ‘storende’ factor. Bij onderbenutte deeltijders speelt namelijk mee dat ongeveer 50% van hen onderwijs volgt. Daarbij valt te denken aan jongeren die naast hun bijbaan nog naar school gaan of een voltijdsopleiding volgen. Zij willen wel meer uren werken, maar moeten ook tijd overhouden voor hun opleiding. Daarnaast zijn er ook studenten die tijdens hun afstudeerperiode alvast reageren op vacatures bij bedrijven, maar niet direct aan de slag kunnen gaan omdat ze hun studie eerst moeten afronden. Zij zijn actief op zoek naar werk, maar niet direct beschikbaar.
Een andere belangrijke oorzaak ligt in het uitvoeren van zorgtaken. Onderbenutte deeltijders die niet langer een opleiding volgen, hebben dikwijls zorgtaken voor kinderen of ouderen, waardoor zij beperkt zijn in het aantal uren dat ze extra kunnen werken. Ook is het mogelijk dat mensen volledig in beslag genomen worden door zorgtaken, waardoor ze überhaupt niet in staat zijn om te werken, terwijl ze wel actief op zoek zijn naar werk.
Individuele en praktische belemmeringen
Dan zijn er enkele minder vaak voorkomende oorzaken. Zoals de werkgever die geen mogelijkheid ziet het werk op zo’n manier te organiseren dat het aansluit op de beschikbaarheid van onderbenutte deeltijders. Een andere is de werkloze die maar niet aan de slag raakt, omdat hij niet voldoende opleiding, ervaring of vaardigheden bezit. Negatieve ervaringen in het sollicitatieproces is weer een andere oorzaak. Dat zorgt voor een verminderd zelfvertrouwen en optimisme, hetgeen nadelig kan uitpakken voor hun presentatie tijdens de sollicitatie.
En dan is er nog de veelal jonge werkzoekende die niet weet welke baan hem zou kunnen interesseren of het beste bij hem past. Zoektochten naar werk worden dan soms uitgesteld.
Vergrijzing
De verwachting is dat het uitvoeren van zorgtaken een steeds grotere belemmering zal worden om meer uren te werken. De bevolking vergrijst namelijk in een hoog tempo, zeker ook in Limburg, en daardoor hebben steeds meer mensen zorg nodig. Het zal echter steeds moeilijker worden om die zorg te bieden, omdat het aantal werknemers in de zorg door diezelfde vergrijzing ook afneemt. Zij gaan immers met pensioen. De zorgvraag stijgt dus, maar het aantal zorgprofessionals dat die zorg kan bieden, neemt af. Hierdoor zullen in de toekomst steeds meer mensen zelf zorgtaken als mantelzorger uit moeten voeren.
Minder
Bij onbenut arbeidspotentieel wordt gekeken naar mensen die meer willen en kunnen werken, maar er mag niet uit het oog worden verloren dat in Limburg ook 78 duizend werkenden zijn (13% van het totale aantal werkenden) die aangeven minder te willen werken. Dus, zelfs als het lukt om een deel van het onbenut arbeidspotentieel te activeren, zal het effect daarvan deels teniet worden gedaan door de groep die minder wil gaan doen.
Wat te doen?
Hoewel het activeren van het onbenut arbeidspotentieel de krapte op de arbeidsmarkt niet volledig kan oplossen, is het uiteindelijk wel een factor met een dempend effect. Het is dus van belang dat werkgevers en overheden de juiste dingen doen om het potentieel van deze groep zo goed mogelijk te benutten.
Werkgevers kunnen bijvoorbeeld inclusiever en anders werven door te focussen op skills, in plaats van op diploma’s en ervaring in dezelfde functie. Ook kunnen open-hiring en minder strikte functie-eisen helpen om de drempel om te solliciteren te verlagen bij werkzoekenden. Daarnaast kunnen werkgevers naar manieren zoeken om het werkrooster beter af te stemmen op de privéverplichtingen van onderbenutte deeltijders in hun organisatie, zodat zij daadwerkelijk meer uren kunnen gaan werken.
Om werkzoekenden en werkgevers verder te ondersteunen, heeft de Rijksoverheid samen met regionale overheden en andere partners 35 regionale werkcentra opgericht. In Limburg zijn er 3. Dit zijn ontmoetingsplekken waar werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen met vragen en waar zij op een laagdrempelige manier ondersteuning op maat krijgen bij hun zoektocht naar werk of personeel.