Statushouders makkelijker aan de slag dan tien jaar geleden
maandag 11 mei 2026
Van de statushouders van 18 tot 65 jaar die in 2024 hun verblijfsvergunning kregen, had 13 procent na drie maanden een baan. Dit staat in schril contrast met de statushouders die tien jaar eerder hun verblijfsvergunning kregen. Van hen was slechts 1 procent na drie maanden aan de slag. Dit blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS dat ieder jaar, in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Justitie en Veiligheid, onderzoekt hoe het asielzoekers op diverse vlakken vergaat.
In de periode tussen 2014 en de eerste helft van 2025 ontvingen ruim 311.000 mensen een verblijfsvergunning en werden zo statushouders. Zij mogen vrij werken in Nederland. Bij statushouders in de leeftijd van 18 tot 65 jaar die tussen 2014 en 2020 een verblijfsvergunning kregen, lag drie maanden later het aandeel werkenden op maximaal 3 procent. Daarna is het percentage geleidelijk opgelopen, van 6 procent in 2021 tot 13 procent in 2024.
Vaakst als werknemer
De meeste statushouders zijn werknemer, meestal na een start als oproepkracht of uitzendkracht. Van de statushouders die in 2014 een vergunning kregen en na drie maanden een baan hadden als werknemer, werkte een kwart als oproepkracht. Voor de statushouders die in 2024 een vergunning kregen, werkte bijna de helft als oproepkracht, bijna een verdubbeling dus. Daarnaast werkte 21 procent van de werkzame statushouders die in 2024 een vergunning kreeg, drie maanden later als uitzendkracht. Dat is ongeveer het dubbele van het aantal in 2014.
Hoe langer, hoe vaker
Hoe langer een statushouder een verblijfsvergunning heeft, hoe vaker hij of zij aan het werk is. Drie jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning in 2014 was 19 procent van de statushouders aan het werk. Bij statushouders die hun vergunning in 2021 kregen was dit percentage 33. Na zeven jaar had net iets meer dan de helft met een vergunning uit 2014 een baan. Voor mannen in de leeftijdsgroep 18-35 jaar was dat zelfs meer dan 70 procent.
Vooral in horeca
Een half jaar na de vergunningverlening werkte 28% van statushouders uit 2024 in de uitzendbranche en 26 procent in de horeca. Bij werkende vrouwen stond de horeca op één, bij mannen de uitzendbranche. 10 procent van de statushouders vond een baan in de detailhandel.
Tot slot. De situatie op de arbeidsmarkt en het beleid zijn voortdurend in beweging, waardoor cijfers niet 1 op 1 te vergelijken zijn. Een belangrijke verandering in de afgelopen jaren was het schrappen van de ‘24-weken eis’ eind 2023. Die stelde dat asielzoekers maximaal 24 weken per jaar betaald werk mochten verrichten. Daar komt op 12 juni bij dat asielzoekers vanaf 3 maanden nadat hun asielprocedure is gestart, aan het werk mogen. Nu is dat nog 6 maanden.