Nederlandse werknemer is digitale topper van Europa
maandag 6 april 2026
Vorig jaar is door net geen 90 procent van de Nederlandse bedrijven het basisniveau van digitale intensiteit bereikt. Twee jaar eerder stond de teller stil op 83 procent. Alleen de Finnen met 94 procent en de Denen met 92 procent deden het beter in 2025. Digitale intensiteit geldt als een graadmeter voor het niveau van digitalisering van bedrijven. De cijfers rolden deze week uit de kokers van het CBS en Eurostat.
Het mag niet verwonderlijk heten dat bedrijven die actief zijn in de informatie- en communicatiesector koploper zijn. Daar bereikte 98 procent het basisniveau van digitale intensiteit. Daarnaast scoren bedrijven die actief zijn in verhuur en handel in onroerend goed, in specialistische en zakelijke dienstverlening, in energie, water- en afvalbeheer, en in handel bovengemiddeld. Het goede rapportcijfer wordt fors naar beneden getrokken, met name door bedrijven in de horeca. Zij strandden op 77 procent.
Niet alleen in bedrijven
De Europese Unie heeft als doel gesteld dat in 2030 minstens 80 procent van de beroepsbevolking (16 tot en met 75 jaar) digitale basisvaardigheden onder de knie heeft. De Nederlandse werknemer tikte vorig jaar 84 procent aan, waarmee het doel van de EU opnieuw is gehaald. Bij de vorige meting, in 2023, zat de Nederlander namelijk ook al boven de gewenste 80%. De Nederlander is daarmee nog steeds de digitale topper van Europa.
99 procent
Ook als het gaat om online communicatie (e-mailen, bellen via internet, sociale netwerken gebruiken, en online je mening geven) staat de Nederlander bovenaan. 99 procent heeft op dat vlak meer dan alleen basisvaardigheden in huis. Minder vaardig is de Nederlander als het gaat om het gebruiken van software. Voor tekstverwerking, gebruik van spreadsheets, en het schrijven van computerprogramma’s strandt het percentage van basisvaardigheden op 68.